De Voorgeschiedenis

287

 Van 1815 tot 1830

De wortels van het TWEEDE REGIMENT VELDARTILLERIE vinden wij terug, ruim twintig jaren voor zijn officiële oprichting. Na de ineenstorting van het Franse keizerrijk in 1814 willen de Grote Mogendheden, – Engeland, Oostenrijk-Hongarije, Pruisen en Rusland – een soort bolwerk oprichten tegen Frankrijk. Op 21 juli 1814 nemen zij de principiële beslissing de zuidelijke Belgische en de noordelijke Nederlandse provincies samen te voegen in het “ KONINKRIJK DER NEDERLANDEN” Het staatshoofd wordt de koning van Nederland, koning WILLEM I. De vorst kan rekenen op de steun en de bescherming van de hierboven genoemde mogendheden. Vanaf nu zullen “Belgische” mannen dienen in een geregeld leger en worden miliciens opgeroepen voor het Leger van de Nederlanden. Een aantal onder hen zullen reeds deelnemen aan de slag bij WATERLOO op 18 juni 1815, waar keizer NAPOLEON I definitief verslagen wordt.

Nadat het Congres van WENEN de samensmelting heeft bekrachtigd, vormt het leger van het Koninkrijk der Nederlanden ook een aantal Belgische “ afdeelingen”(in Nederland de gebruikelijke naam voor een regiment – NVDR). Zo wordt er ondermeer een artillerie-afdeling met VIER compagnies te voet opgericht. Het kader en de troep komen samen in BRUSSEL. Daar arriveert, half augustus, ook het materieel, ondermeer TWAALF vuurmonden van Engelse komaf.
Op 1 september 1814 wordt de geplande organisatie goedgekeurd door de Prins der Nederlanden, die gouverneur van de zuidelijke provincies is.

Elke compagnie bezit ACHT vuurmonden:
ZES kanonnen van 12 duim
TWEE houwitsers van 16 of 24 duim.
Deze laatste worden geleverd door de Hollanders.
De getalsterkte van een compagnie bedraagt 17 officieren en 210 troep; in deze cijfers zijn de bevoorraders, de zogenaamde “ treinsoldaten”, niet inbegrepen.

 

Op 31 maart 1815 krijgt deze artillerie-afdeling zijn definitieve vorm en maakt van dan af deel uit van het “ LEGER DER NEDERLANDEN” onder de naam “ ARTILLERIE-AFDELING Nr 4”

Voor de veldtocht van mei 1815, die eindigt met de slag bij WATERLOO, levert deze artillerie-afdeling één batterij, die opgenomen wordt in de artillerie van de TWEEDE DIVISIE. Deze batterij beschikt over ZES kanonnen 6-ponder en TWEE houwitsers. Met de treinsoldaten inbegrepen telt zij 258 officieren en troep en beschikt ze over 248 paarden.

De rekrutering van het staande leger gebeurt op vrijwillige basis. Nochtans voorziet de grondwet van 24 augustus 1815 in de vorming van een “ NATIONALE MILITIE”, eveneens op vrijwillige basis, maar aangevuld met “ lotelingen”. Deze milities worden niet op vaste tijdstippen opgeroepen; daarenboven regelen beperkingen hun inzet buiten het nationale grondgebied. De zuidelijke provincies leveren de artillerie-afdelingen van de Nationale Militie Nr 2 en 6.

Vanaf november 1815 wordt het “ LEGER DER NEDERLANDEN” terug op vredesvoet gebracht. De Artillerie telt dan VIER afdelingen met elk ZES compagnies.

We mogen aannemen dat de term “compagnie” aanvankelijk gebruikt wordt om het bedieningspersoneel aan te duiden, terwijl de term “batterij” slaat op het geheel van de vuurmonden en de munitiewagens. Of anders gezegd: een compagnie soldaten bedient een batterij kanonnen….
Vanaf 1832 zal de term “ batterij” algemeen gebruikt worden om een artilleriecompagnie aan te duiden; de term “ compagnie” zal van dan af bij de Belgische artillerie niet meer gebruikt worden. – NVDR

In 1818 smelt het Korps van de “ treinsoldaten “ samen met de artillerie. Ook de benaming “ VELDARTILLERIE” duikt op en er wordt gesproken over “ BEREDEN ARTILLERIE” en “ARTILLERIE TE PAARD” (1)

In 1823 verdwijnen de treinsoldaten als aparte eenheid definitief uit het leger der Nederlanden. De bevoorraders zijn nu organiek voorzien en nemen deel aan de dienst aan de stukken.

In 1830, aan de vooravond van de revolutie, bevinden zich TWEE van de vier artillerie-afdelingen in garnizoen in de zuidelijke provincies:

  • de TWEEDE in MONS / BERGEN
  • de VIERDE in ANTWERPEN.
  1. Volgens Ian V. HOGG in “ A HISTORY OF ARTILLERY”:

VELDARTIILRIE:
Artillerie van licht kaliber, getrokken door een gespan, welke de infanterie te velde volgt en er nauw mee samenwerkt.

Veldartillerie
Veldartillerie

VESTINGSARTILLERIE:
Artillerie van zwaarder kaliber, niet mobiel en opgesteld in de vestingen en forten.

Vestigingsartillerie
Vestigingsartillerie

ARTILLERIE TE VOET:
Die artillerie waarbij het stuk, geplaatst op door paarden getrokken affuiten en die te voet wordt gevolgd door de bedienaars.

Artillerie te voet
Artillerie te voet

ARTILLERIE TE PAARD
Die artillerie waarbij de tractie gebeurt door bespannen paarden; de artillerietrein bestaat uit het gespan, de munitiewagen en het stuk. De bedienaars rijden mee op afzonderlijke paarden. Door hun relatieve snelheid, kregen zij later de bijnaam: “ Vliegende Kanonniers”

Artillerie te paard
Artillerie te paard

BEREDEN ARTILLERIE
Die artillerie waarbij munitiewagen en stuk getrokken worden door een zesspan en waarbij de bedienaars plaats nemen op stoeltjes, daarvoor voorzien op de affuit en op de munitiewagen.

Bereden artillerie
Bereden artillerie