De Verwarde Jaren

371

Van 1830 tot 1836

Het koninkrijk der NEDERLANDEN, in het leven geroepen door het Verdrag van WENEN en officieel erkend op 16 maart 1815, moest, zoals we reeds schreven in hoofdstuk 1, een sterke wal vormen tegen elke nieuwe expansiedrang van FRANKRIJK naar het Noorden.

Koning WILLEM I verhoogt gaandeweg zijn greep op de zuidelijke provincies, wat hem niet altijd in dank wordt afgenomen. Op 24 augustus 1815 kondigt hij de nieuwe grondwet af. Deze grondwet is weliswaar zeer vooruitstrevend, maar van calvinistische strekking. Er staan een aantal bepalingen in die discriminerend zijn voor de bewoners van de zuidelijke provincies. Aangespoord door een zekere Franstalige elite, groeit het ongenoegen onder de bevolking. Deze opgekropte woede komt tot uitbarsting tijdens een opvoering in de Muntschouwburg in BRUSSEL van de opera “ LA MUETTE DE PORTICI”. Waneer daar op woensdag 25 augustus 1830 de aria “ Amour sacrée de la patrie…” wordt aangeheven, stroomt het publiek de straat op en keert zich tegen de Hollandse bourgoisie. De revolutie breekt uit… Het komt tot hevige gevechten tussen opstandelingen en het Hollandse garnizoen in het park van BRUSSEL.

Op dat ogenblik bevindt de “VELDARTILLERIE-AFDELING Nr 2” van het leger der Nederlanden zich in garnizoen te MONS / BERGEN. Het is in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de zuidelijke provincies. De “VELDARTILLERIE-AFDELING Nr 4” is in ANTWERPEN, waar zij onder de controle van de Hollanders zal blijven. Vele zuidelijke officieren en soldaten zullen evenwel deserteren en overlopen naar de opstandelingen.

Na de woelige septemberdagen van 1830 richt het “VOORLOPIG BEWIND” op 27 september 1830 een “ COMITE DE LA GUERRE” op, dat inderhaast een eigen leger op de been moet brengen. Het besluit van de Regent van 27 oktober 1830 voorziet in de voorlopige organisatie ervan. TWEE regimenten artillerie zijn gepland, samengesteld uit een zeker aantal compagnies “ VELDARTILLERIE” en “VESTINGARTILLERIE”. Voor deze laatste maakt men gebruik van de “Belgische” elementen uit de vroegere artillerieafdelingen.

Op 10 november 1830 treft het VOORLOPIG BEWIND ondermeer volgende schikkingen:

  • VIJF compagnies veldartillerie te voet worden gevormd te MONS / BERGEN. Zij dragen de nummers 1, 2, 3, 4 en 5Mons.
  • VIJF compagnies militie-artillerie worden gevormd te IEPER. Zij krijgen de nummers 1, 2, 3, 4 en 5Ypres.
  • VIJF andere compagnies militie-artillerie worden gevormd te NAMUR / NAMEN. Zij dragen de nummers
  • EEN compagnie vestingartillerie wordt opgericht in CHARLEROI.

Later op de maand worden in LIEGE / LUIK nog eens VIJF compagnies militie-artillerie gevormd Zij dragen de nummers 1bis tot 5bisLiège.
Tenslotte worden op 10 december 1830, door een nieuw besluit van de Regent, nog VIJF compagnies veldartillerie gevormd te TOURNAI / DOORNIK. Zij krijgen de nummers 6 tot 10Tournai.

Het lijkt allemaal nogal ingewikkeld, maar de lezer moet weten dat dit eigen “Belgische” leger in de meest moeilijke en verwarde omstandigheden wordt opgericht, temidden van een revolutie. Sommige compagnies worden uitsluitend bemand door vrijwilligers, andere bestaan dan weer uit miliciens. En dan zijn er ook nog de zogenaamde “ patriotten”, die geen deel uitmaken van het geregeld leger, maar in hun blauwe kiel met driekleurige kokarde de “ VRIJKORPSEN” vormen. Het zal de aandachtige lezer niet ontgaan dat al deze artillerie in het Zuiden van het land geconcentreerd is, terwijl de Hollanders nog niet helemaal uit het land zijn verdreven en ondermeer de citadel van ANTWERPEN bezet houden. – NVDR

De compagnies artillerie worden her en der ingezet in steun van de Infanterie en de Jagers. Zij verjagen de Hollanders uit het grootste deel van onze provincies. Graaf Jacques de GHISTELLES wordt aangeduid als inspecteur – generaal van de Artillerie en belast met de verdere organisatie van personeel en materieel.

Het geheel van de Artillerie draagt de naam “ CORPS D’ARTILLERIE DE CAMPAGNE”, maar is samengesteld uit de hoger genoemde compagnies, die gedeeltelijk in vestingen zijn ondergebracht. Al naar gelang de noodzaak worden deze compagnies in grotere eenheden samengevoegd en ingezet waar het nodig wordt geacht. Dit verspreid gebruik van de artillerie in kleine groepen of in afzonderlijke batterijen zal nog voorkomen tot in 1916…. De artillerie is een geducht wapen, dat van op afstand kan vuren met een grote en vernietigende vuurkracht. ( Er zijn immers nog geen tanks of vliegtuigen – NVDR) Zij is de laatste toevlucht van de koning ( REGIS ULTIMA RATIO ) en men roept haar hulp in, daar waar men denkt ze nodig te hebben, zelfs voor rechtstreeks vuur in de eerste lijnen…..

Luitenant-Kolonel Nicolas VAN DAMME heeft de leiding over de Artillerie van het MAASLEGER. Deze eenheid is samengesteld uit ZES compagnies en zal onder deze vorm deelnemen aan de “ TIENDAAGSE VELDTOCHT”. Later, in 1836, als alle batterijen in DRIE Regimenten worden samengevoegd, wordt hij de eerste Korpscommandant van 2A.

Op 15 juli 1831 omvat het korps van de artillerie de volgende eenheden:

  • TIEN Compagnies artillerie te voet, elk met ZES vuurmonden;
  • EEN compagnie artillerie te voet in BRUSSEL;
  • EEN compagnie “DEPOT”;
  • VIJFTIEN compagnies vestingartillerie, bestaande uit miliciens;
  • EEN compagnie vestingartillerie in CHARLEROI;
  • TWEE compagnies “treinsoldaten”.

Ondertussen heeft het VOORLOPIG BEWIND de Belgische onafhankelijkheid uitgeroepen  en een nieuwe, vooruitstrevende grondwet afgekondigd. Op 21 juli 1831 legt Prins LEOPOLD von SAKSEN – COBURG de grondwettelijke eed af en wordt als LEOPOLD I de eerste koning van BELGIË.

 

DE TIENDAAGSE VELDTOCHT VAN 2 TOT 12 AUGUSTUS 1831

Het Hollandse bewind kan zich bezwaarlijk bij zijn nederlaag neerleggen en nauwelijks enkele dagen na de eedaflegging van onze koning, valt het Hollandse leger de jonge Belgische strijdkrachten aan.

De “ TWEEDE COMPAGNIE VELDARTILLERIE”, opgericht in MONS / BERGEN in 1830 en ingedeeld bij het MAASLEGER onderscheidt zich in het gevecht bij KERMT op 7 augustus 1831. Eén van zijn secties heeft dat ook al gedaan de avond voordien bij de gevechten nabij ZONHOVEN.

De “ VIJFDE COMPAGNIE VELDARTILLERIE”, eveneens opgericht te MONS / BERGEN en ingedeeld bij datzelfde MAASLEGER, onderscheidt zich in een achterhoedegevecht te KORTESSEM op 8 augustus 1831. Samen met de kanonniers vochten daar ook Gidsen, Kurassiers en het Tweede Jagers te Paard.

De “ NEGENDE” en “ TIENDE COMPAGNIE VELDARTILLERIE”, opgericht te TOURNAI / DOORNIK en behorende tot het SCHELDELEGER, onderscheiden zich, onder de ogen van de Koning, bij het gevecht van LEUVEN op 12 augustus 1831.

Franse eenheden komen ons jonge leger ter hulp en de Hollanders trekken zich terug in de citadel van ANTWERPEN. Zij worden er belegerd, maar blokkeren toch de vrije doorvaart op de Schelde.

Koning LEOPOLD I besluit dat het leger na de “ TIENDAAGSE VELDTOCHT” op oorlogsvoet blijft en dringend aan een betere en normale organisatie toe is. In opeenvolgende Koninklijke Besluiten (KB) zal de Koning proberen orde te brengen in de organisatie van het jonge, Belgische leger. Het leger zal worden ingedeeld in divisies en brigades.

Op 28 augustus 1831 verschijnt reeds een eerste KB, aangevuld op 4 april 1832, dat aan alle compagnies veldartillerie ACHT stukken toekent i. p. v. ZES. De Brusselse compagnie wordt voortaan aangeduid als “ ELFDE COMPAGNIE VELDARTILLERIE”.

De hierboven aangehaalde hervormingen zijn grotendeels uitgevoerd tegen einde oktober 1831 en het Belgisch leger omvat dan:

  • DRIE Infanteriedivisies met elk TWEE Brigades;
  • EEN Cavaleriedivisie met DRIE Brigades.

De VELDARTILLERIE bestaat dan uit:

  • VIER Compagnies Veldartillerie met kanonnen 12-ponder
  • ZEVEN Compagnies veldartillerie met kanonnen 6-ponder:
  • EEN compagnie depot.

De VESTINGARTILLERIE telt:

  • VIJFTIEN compagnies militie-artillerie;
  • EEN compagnie kanonniers-vestingartillerie:
  • EEN compagnie munitiemakers.

Daarenboven zijn er nog compagnies genietroepen, treinsoldaten, enz…

Daar Holland blijft weigeren de Belgische onafhankelijkheid en het “ VERDRAG DER XXIV ARTIKELEN” van 14 oktober 1831 te erkennen, verhoogt ons land zijn militaire weerbaarheid. Zo wordt op 12 april 1832 nog een “ TWAALFDE COMPAGNIE VELDARTILLERIE” opgericht in TOURNAI / DOORNIK.

Op 24 juli 1832 treft de Koning een nieuw besluit. Hierin zijn weer heel wat veranderingen opgenomen:

  • de EERSTE COMPAGNIE VELDARTILLERIE zal “Artillerie te paard” worden;
  • de DRIE korpsen Militie-artillerie, tot dan toe gekend als  de Compagnies Nr 1 tot 5YPRES; Nr 6 tot 10NAMUR en Nr 1b tot 5bLIEGE, zullen respectievelijk het “ EERSTE, TWEEDE en DERDE BATALJON VESTINGARTILLERIE” worden genoemd.
  • Elk van deze bataljons zal EEN compagnie depot toegevoegd krijgen met dezelfde getalsterkte als de bestaande compagnies.

(Het is in dit K.B. dat voor het eerst de term “Bataljon” en “ Batterij” opduikt. Zij zullen voortaan de gangbare termen zijn voor de “afdelingen” en “compagnies” van de Artillerie. – NVDR)

Holland blijft halsstarrig weigeren het VERDRAG te ratificeren. Een conferentie, bijeengeroepen op 1 oktober 1832 in LONDON, komt tot het besluit dat maatregelen noodzakelijk zijn. Dit protocol zal trouwens het laatste zijn dat uitgaat van de “ CONFERENTIE VAN LONDON”, die de Belgische onafhankelijkheid heeft begeleid.
Ons land eist met aandrang de toepassing van het VERDRAG. Er wordt zelfs een ultimatum gestuurd naar de Hollanders, waarin de ontruiming van de citadel van ANTWERPEN wordt geëist. Het Hollands leger houdt deze vesting nog steeds bezet en blokkeert de scheepvaart op de SCHELDE. Als de Hollanders niet ingaan op onze eisen, zal het Belgisch Leger hen met geweld van ons grondgebied verdrijven….

Op 5 oktober 1832 telt het Belgisch Leger

  • VIER Infanteriedivisies
  • EEN Cavaleriedivisie.

De Divisie “ FLANDRES” (Vlaanderen) vormt  de ZESDE divisie, maar maakt tot nader order, geen deel uit van de hoofdmacht van het Leger. ( Dit hoofdstuk heet niet zomaar : “DE VERWARDE JAREN” – NVDR )

Een K.B. van 7 oktober 1832 zal zijnerzijds dan weer bevestigen dat de troepen die ANTWERPEN bewaken, als ZEVENDE DIVISIE zullen aangeduid worden. Deze divisie telt TWEE infanteriebrigades met elk één veldartilleriebatterij.

Op 23 december 1832 geven de belegerde Hollandse troepen, na een zware beschieting door de Fransen, zich tenslotte over en op 1 januari 1833 wordt de citadel van ANTWERPEN definitief overgedragen aan het Belgisch Leger. Maar de koppige Hollanders blijven weigeren om toe te treden tot het VERDRAG DER XXIV ARTIKELEN” van 14 oktober 1831.Om zich te beschermen tegen een eventuele nieuwe aanval uit het Noorden, behouden de Belgen hun paraatheid en brengen andermaal een aantal organisatorische wijzigingen aan . Zo zal de ZESDE BATTERIJ omgevormd worden tot “ Batterij te Paard” op 6 mei 1833.

Verlamd door de blokkade, die de Geallieerden hebben ingesteld, lijden de Hollandse handelsbetrekkingen onder een zware crisis. Dit brengt koning WILLEM I er toe zijn strakke houding enigszins te milderen. Op 24 mei 1833 wordt, andermaal in LONDON, een conventie ondertekend. Hierin is impliciet sprake van een wapenstilstand voor onbepaalde tijd tussen België en Holland. De Hollanders verklaren het Belgisch grondgebied “ onschendbaar”, zonder evenwel de Belgische onafhankelijkheid te erkennen. Vooral het grondgebied van de provincies LIMBURG en LUXEMBURG blijft erg omstreden. Zij blijven dus weigeren het “VERDRAG DER XXIV ARTIKELEN” te ondertekenen. Voor België blijft er dan ook niets anders over dan de getalsterkte van zijn Leger op te drijven.

Op 4 april 1934 treft Koning LEOPOLD I het volgende besluit:

“ Het korps van de artillerie zal samengesteld zijn uit:

  • EEN Staf;
  • EEN Regiment Veldartillerie;
  • DRIE bataljons Vestingartillerie;
  • EEN compagnie Reserve (sedentaire) kanonniers;
  • EEN compagnie Pontonniers;
  • EEN compagnie Vuurwerkmakers;
  • EEN bataljon Treinsoldaten.

Het Regiment Veldartillerie op zijn beurt bestaat uit:

  • EEN Staf;
  • TWEE batterijen te Paard;
  • ELF batterijen te Voet;
  • Een compagnie depot.

Op 20 november 1834 wordt ook de DERDE batterij van paarden voorzien.”

Een jaar later, in 1835, maakt de Koning een verkenning in de streek van BEVERLO en HECHTEL. Hij geeft opdracht op de heide aldaar een groot militair kamp en oefenterrein te bouwen. Het is een geschikte plaats om de wispelturige Hollanders in het oog te houden… Generaal CHAZAL zal in de volgende jaren dit kamp uitbouwen tot het grootste oefenplein van België. De soldaten zullen er verblijven in hutten van stro, later zullen vaste blokken gebouwd worden. Twintig jaar later, in 1858, zal de nederzetting die er is ontstaan naast de militaire “carré’s” officieel BOURG LEOPOLD” heten, het huidige LEOPOLDSBURG.