De Slag aan de IJzer

495

van 15 oktober 1914 tot 8 november 1914

Na de zware gevechten rond ANTWERPEN kunnen, net zoals het Belgisch Leger, ook de Duitsers wat rust gebruiken. De soms hevige gevechten die zij moesten leveren en de tegenslagen, die zij hier en daar hebben gekend, hebben ook bij hen diepe sporen nagelaten. Zij zetten dan ook geen hardnekkige achtervolging in op het terugtrekkende Belgisch Leger, maar consolideren hun militair gezag in de veroverde gebieden.

Het Duitse “ OBERKOMMANDO” laat er evenwel geen twijfel over bestaan: zij hopen nog steeds de Franse en Britse legers in de rug te kunnen aanvallen. Daarom zwenken zij met hun divisies voorbij BRUGGE naar het zuiden. Zij maken zich meester van de kusthavens, die op hun tocht liggen en hopen, op deze wijze, ook de Franse Kanaalhavens te kunnen veroveren.

Maar… dat is zonder de Belgen gerekend. Het Belgisch Leger is vastbesloten de laatste morzel grond van ons grondgebied hardnekkig te verdedigen. Het trekt zich terug op de linkeroever van de IJZER en hoopt daar de vijand tot staan te brengen. Franse en Britse divisies snellen het gehavende Belgisch Leger ter hulp. Net op het ogenblik dat hun gezamenlijke inspanningen dreigen te mislukken, vinden zij een nieuwe bondgenoot in het water van de IJZER.

Vier lange jaren zal de loopgravenoorlog aan de oevers van de IJZER duren. Zijn geschiedenis zal geschreven worden met het bloed van duizenden dapperen in “ Flanders Fields” – de Vlaamse velden. Later zullen de Duitsers zelfs de meest verschrikkelijke middelen inzetten tegen de geallieerde troepen: het stikgas.

De “ SLAG AAN DE IJZER” is de eerste, maar niet de enige bloedige strijd in dit epos.

Slag aan de IJzer
Slag aan de IJzer

OPERATIES VAN DE ARTILLERIEGROEP VAN DE 5de GemBde (A/5)

Zoals we reeds hebben vermeld in het vorige hoofdstuk, wordt deze Artilleriegroep sinds 11 oktober 1914 gevormd door het personeel en materieel van I/2A, onder bevel van Cdt VAN BEVER. Maj KESTENS heeft tijdelijk het bevel over 2A overgenomen.

Om de verdediging op de IJZER te organiseren wordt de 2de LD aangeduid voor de sector NIEUWPOORT – SINT JORIS. De Divisie moet de overgangen over de rivier verdedigen en kleine bruggenhoofden inrichten op de rechteroever tegenover deze overgangen. Het GHK is gevestigd in VEURNE.
LtGen DOSSIN geeft het volgend operatieorder uit:

“ VEURNE, 14 oktober 1914 om 08u00.

De 2de LD zal de linkeroever van de IJZER verdedigen vanaf de zee tot Km 5 van de rivier. De 3de LD zal op haar rechterflank aansluiten.
De 2de LD zal eveneens loopgrachten aanleggen op de rechteroever om de bruggen van NIEUWPOORT en van SINT JORIS te verdedigen.
De zone van de 2de LD zal verdeeld worden in twee sectoren, waarvan de scheidingslijn de weg naar VEURNE is, verlengd tot RATTEVALLE.
De rechtersector zal bezet worden door de 7de GemBde; de linkersector door de 5de GemBde; een Cie Pioniers staat ter beschikking van elke Bde.
De 6de GemBde is reserve: zij zal verzameld worden nabij kilometerpaal 5 van de weg naar VEURNE.
CA/2LD zal opstellingen zoeken voor A/6, rekening houdend met de stellingen van de 5de en 7de GemBde.
De Cie Wielrijders zal zich opstellen in RATTEVALLE en verkenningen uitvoeren in de richting van MIDDELKERKE, LEFFINGE,…
Mijn CP bevindt zich nabij kilometerpaal 8 van de weg naar VEURNE.”

In uitvoering van deze orders, installeert de 5de GemBde, die logeerde in VEURNE, vanaf 14 oktober 1914 haar verdedigingslijn op de linkeroever van de IJZER. De Artilleriegroep A/5 stelt zich, volledig verdekt, op in het bos langs de spoorlijn naar NIEUWPOORT-BAD. Eén batterij wordt speciaal belast met het beschieten van de weg van NIEUWPOORT naar OOSTENDE; de beide andere batterijen zullen het strand en de duinen voor hun rekening nemen.

Om 15u00 neemt Maj KESTENS opnieuw het bevel over de Groep A/5. 2A bestaat immers nog maar uit een Regimentsstaf en één Groep, II/2A, onder bevel van Maj PONTUS. Nauwelijks is de majoor bij zijn groep aangekomen of een bevel drijft de groep uit haar stellingen om naar voor te gaan, naar SINT PIETERS-KAPELLE, een viertal kilometer over de IJZER. De groep overnacht in SCHORE en SPERMALIE.

Nog diezelfde avond geeft het GHK een bericht uit dat de Duitse legers in vier colonnes vanuit ANTWERPEN naar het westen oprukken; hun front is begrensd door de lijn BRUGGE – LOPPEM en de weg van BRUGGE naar KORTRIJK.
Ten gevolge van deze berichten stelt de 2de LD een nieuw verdedigingsplan op:
– de 6de GemBde zal de IJZER verdedigen vanaf zijn monding tot het dorp RATTEVALLE;
– de 7de GemBde zal een bruggenhoofd vormen ten oosten van de stad NIEUWPOORT; zij zal zich terugtrekken zodra de 1ste LD over de IJZER is getrokken;
– nadat de 5de GemBde afgelost is en in reserve gaat, zal A/5 zijn 30ste Batterij detacheren bij de 6de GemBde en de 28ste en 29ste Batterij bij de 7de GemBde

Op zijn beurt gaat de Comd 5de GemBde zijn troepen opstellen als volgt:

  1. in bruggenhoofd vanaf KETSBRUG tot aan de IJZER, achter de westelijke arm van deze rivier;
  2. A/5 in stelling achter de KRUISDIJK;
  3. De 30ste Batterij bezet een vooruitgeschoven stelling bij de troepen die MANNEKENSVERE verdedigen;

Al deze bewegingen worden uitgevoerd op 15 oktober 1914. De beide volgende dagen gebeurt en niets. Doch op 18 oktober 1914 opent de sectie COLSON van de 28ste Batterij het vuur op verschillende doelen in de omgeving van SLIJPE.

Op 19 oktober 1914 krijgt Maj KESTENS het bevel over de artillerie in de sector van de 7de GemBde. Zij omvat:
A/7   ( Maj THONARD)    : 25ste, 26ste en 27ste Batterij;
A/5   (Cdt VAN BEVER)  : 28ste en 29ste Batterij ( van vroegere I/2A)
A/Ch (Cdt DULEUR)        : 44ste en 45ste Batterij ( AieGpg JAGERS (A/J)

De batterijen van A/5, ofschoon verdeeld, hebben op een schitterende wijze deelgenomen aan alle acties , die tot doel hadden de vijandelijke aanval op de IJZER te stoppen.

Op de volgende bladzijden brengen wij een chronologisch overzicht, dag na dag, van de bijzonderste operaties. Hierbij valt op dat de artillerie minder vlug wordt afgelost dan de infanterie, maar dat er ook aardig wordt geschoven met de verschillende artilleriegroepen en batterijen. – NVDR

21 oktober 1914
Olt COLSON neemt met zijn sectie van de 28ste Batterij stelling in de voorste lijn om met rechtstreeks vuur een aantal huizen, waarin zich vijandelijke mitrailleurs bevinden, te beschieten. Tijdens een hevig bombardement, dat de vijand op de eerste lijn uitvoert, wordt één kanon buiten gevecht gesteld en Olt COLSON zelf zwaar gekwetst.

22 oktober 1914
De verdedigingslijn op de IJZER begeeft. Maar de artillerie bestookt verbeten en met de moed der wanhoop het gehucht SINT JORIS en de weg naar de UNIEBRUG, waardoor de weerstandslijn hersteld kan worden. ’s Avonds trekken de 28ste en 29ste Batterij zich terug tot aan de JOCKVELDHOEVE.

25 oktober 1914
A/5 wordt naar achter verplaatst en neemt stelling ten noorden van RAMSKAPELLE. Tijdens de nacht wordt de herovering van de verdedigingslijn tot achter de spoorwegberm voorbereid.
De artillerie krijgt het in deze sector van de 2de LD zwaar te verduren. Zoals reeds eerde vermeld, opereert in deze sector de AieGpg KESTENS. Zij bestaat nu uit:
– de groep COMIJN:              28ste en 29ste Batterij ( A/5)
Cdt COMIJN vervangt Cdt VAN BEVER, die gekwetst is.
– de groep THONARD:         25ste en 26ste Batterij ( A/7)
Hiertoe behoren ook de resten van de 27ste Batterij; de sectie DEMAN moest aan de IJZER achterblijven.
– de groep MEYER:              30ste Batterij (A/5) en 43ste Batterij (A/J)

26 oktober 1914
De verdedigingslijn wordt teruggebracht tot op de spoorlijn. De artilleriegroepen nemen nieuwe stellingen in, van waaruit zij talrijke succesvolle salvo’s afvuren.

27 oktober 1914
Op het einde van deze dag mag de artillerie A/5 eindelijk met rust in WULPEN.

30 oktober 1914
Bij dageraad valt de vijand door de derde keer RAMSKAPELLE aan. A/5 krijgt de opdracht onmiddellijk stelling te nemen ten noordoosten van KLEIN LABEUR en de spoorlijn van RAMSKAPELLE onder vuur te nemen.
De 30ste Batterij moet twee stukken afgeven: één moet A/6 gaan versterken, het andere A/J. De laatste munitie die A/5 nog heeft, wordt op bevel aan deze groepen afgegeven.

31 oktober 1914
Tijdens de nacht slagen 6Li en een detachement Franse Koloniale Troepen er in om RAMSKAPELLE te heroveren. De vijand wordt tot achter de spoorweg teruggeslagen.
A/5, dat geen munitie meer heeft, wordt opnieuw afgelost en gaat met rust in DE PANNE. Na de afvoer van de defecte en beschadigde stukken, telt:
De 28ste Batterij nog 2 stukken;
De 29ste Batterij nog 3 stukken;
De 30ste Batterij nog 2 stukken.
Op 2 en 3 november 1914 gebeurt er niets en blijft A/5 met rust. Maar op 4 november 1914 krijgt de groep de opdracht een offensief van de 2de LD tegen NIEUWPOORT te steunen.  Vermits de Groep nog altijd geen nieuwe voorraad munitie heeft, verlaat zij de colonne en gaat kantonneren in SINT IDESBALD.

OPERATIES VAN DE ARTILLERIEGROEP 6de GemBde ( A/6)

Behalve de vermeldingen op de vorige of volgende bladzijden, zijn over de Groep geen andere gegevens bekend.

OPERATIES VAN DE ARTILLERIEGROEP 7de GemBde ( A/7)

In uitvoering van de bevelen van de Divisie van 14 oktober 1914 verlaat de artilleriegroep A/7 haar rustplaats in EGGEWAARTSKAPELLE en kantonneert in RAMSKAPELLE. De 25ste en 26ste Batterij nemen ’s anderendaags stelling nabij de BLAUWHOFHOEVE; de 27ste Batterij betrekt een stelling nabij de WOLVENNESTHOEVE. Hun opdracht is het terrein voor MANNEKENSVERE te bestoken.
Op 16 oktober 1914  om 15u00 neemt de 27ste Batterij stelling vlak achter de dijk van de IJZER om met haar vuren de vijand te beletten uit MANNEKENSVERE te komen.
Op 17 oktober 1914 nemen de 25ste en 26ste Batterij stelling aan de NOORDVAART, nabij de brug van KETELAARSDAMME. De 27ste Batterij, die slechts over drie stukken beschikt, trekt zich terug in de loopgraven nabij de VIOLETTEHOEVE.

18 oktober 1914
Waarnemers worden naar de BURGEMEESTERHOEVE en naar de school van SINT JORIS gestuurd terwijl de batterijen verschillende doelen onder vuur nemen. De vijand aarzelt echter niet een hevig tegen-batterijvuur in te zetten; men kan zijn waarnemers zien zitten in het oude fort van RATTEVALLE.
Om het dorp MANNEKENSVERE rechtstreeks te kunnen beschieten, voert de 26ste Batterij een stellingverandering uit. Maar deze nieuwe stelling ligt bloot in een weide en het duurt dan ook niet lang of de batterij wordt hevig onder vuur genomen. Hierdoor komt haar bevoorrading in het gedrang en de batterij verlaat dan ook deze stelling.
Ondertussen neemt de 27ste Batterij op haar beurt de hoeve TEMPELHOF onder vuur. Ook zij wordt door zware vijandelijke artillerie onder vuur genomen, maar de schade blijft gelukkig beperkt. Ook tijdens de nacht vuurt de batterij nog meerdere salvo’s voor MANNEKENSVERE.

19 oktober 1914
Om 06u30 herneemt het gevecht in alle hevigheid. De Duitsers proberen nog steeds, al vechtend, uit MANNEKENSVERE te komen. Onze batterijen, die hen door goed gerichte schoten dat beletten, worden hevig bestookt. Om 11u00 ondergaat de 25ste Batterij een snelvuur met laag-tijdvuur door zes kanonnen 77mm. Tegelijkertijd wordt zij in de flank beschoten door een batterij 135mm. Onder een dergelijke projectielenregen moet de batterij het vuur staken en haar personeel doen schuilen.
Een halfuur later moet ook de 26ste Batterij hetzelfde lot ondergaan. De luitenanten STEVENS en ROSAR en talrijke van hun manschappen worden gekwetst.
De 27ste Batterij lost talrijke vernietigingsschoten op vijandelijke mitrailleurs. Dit gebeurt meestal door rechtstreeks vuur en van op afstanden van nauwelijks 900 meter. Het duurt dan ook niet lang of ook deze batterij wordt door de vijandelijke artillerie in de schaar genomen. Om zijn toch al verzwakte batterij  te redden, laat haar commandant een nieuwe stelling bezetten, maar hij krijgt het bevel naar zijn vroegere opstelling bij kilometerpaal 4 van de IJZER terug te keren. Ook de 25ste en 26ste Batterij zullen ’s avonds opnieuw hun stellingen bij de BLAUWHOFHOEVE bezetten.

20 oktober 1914
De 27ste Batterij moet haar stelling innemen, door open terrein en bij daglicht, onder het vuur van de vijand. Met de grootste moeite slaagt men erin twee stukken op de stelling achter de dijk te brengen.; de paarden van het derde stuk worden onderweg gedood. Pas ’s avonds zal men erin slagen, onder beschutting van de duisternis, ook het derde stuk op de stelling te slepen.
Al deze tegenslagen zullen er de batterij niet van weerhouden talrijke salvo’s te lossen met haar twee stukken op de zuid-westrand van MANNEKENSVERE. Tijdens de nacht wordt de batterij terug naar achter gehaald; dit moet in verscheidene ritten en met gelegenheidsgespannen gebeuren. Maar dank zij de niet aflatende moed en de toewijding van haar personeel, kan alle materieel naar de oude stelling aan de VIOLETTEHOEVE worden gebracht.
De 25ste en 26ste Batterij hebben, vanaf hun stelling, de hele dag talrijke salvo’s afgevuurd op MANNEKENSVERE.

21 oktober 1914
De drie batterijen worden hevig beschoten door de vijandelijke artillerie. De VIOLETTEHOEVE, waar zich de voortreinen van de 27ste Batterij bevinden, wordt eveneens zwaar gebombardeerd. Bijna alle paarden van het gevechtsechelon van de batterij worden gedood. Tijdens de nacht zal één sectie, met twee stukken, onder bevel van Olt DEMAN, opnieuw stelling gaan nemen aan kilometerpaal 4 van de IJZER.

22 oktober 1914
De slag om de IJZER duurt onverminderd voort. De 25ste en 26ste Batterij verschieten grote hoeveelheden munitie; hun bevoorrading gebeurt nog slechts met de grootste moeite en onder het vuur van de vijand.
De 27ste Batterij, die met één sectie op 700 meter van de vijandelijke lijnen zit, krijgt het bevel een meer achterwaarts gelegen stelling te gaan innemen. Om het moreel van de infanterie te steunen, die reeds vier dagen hardnekkige gevechten leveren in de loopgraven langs de IJZER, krijgt de sectie DEMAN ’s avonds het bevel opnieuw haar positie bij kilometerpaal 4 aan de Ijzerdijk in te nemen. Hoewel zij zelf hevig wordt beschoten, zal deze sectie haar schoten afvuren en op deze plaats blijven tot 24 oktober 1914.

23 oktober 1914.
De 25ste en 26ste Batterij zijn door de vijand nauwkeurig gelokaliseerd. Zij ondergaan dan ook een regen van granaten van alle slag en kaliber. Verscheidene stukken worden vernietigd, hun bemanning gedood of gekwetst. Een voltreffer jaagt een munitiewagen van de 25ste Batterij de lucht in. De officier-waarnemer van de groep, 1Lt CAMBERLIN, wordt gedood in de loopgraven van het 7de Li.
In zijn rapport over die dag prijst commandant THONARD het moedige werk van manschappen, die onder een intensief vijandelijk vuur, doorgaan hun opdracht uit te voeren. Hij wijst ook op de staat van vermoeidheid van zijn kader, dat vier achtereenvolgende nachten het vuren heeft moeten leiden. Cdt THONARD eindigt zijn rapport, dat hij heeft moeten schrijven op gelegenheidspapier en met potlood, met een noodkreet:
            “ Er ontbreken mij op dit ogenblik vier officieren in de groep…
               Ik heb nergens nog telefoonverbindingen!”
De toestand zal er gewis niet beter op worden…

24 oktober 1914.
De batterijen gaan nog steeds door met het beschieten van diverse doelen. Zij worden nu minder door tegen-batterijvuur verontrust. Door een overijlde vlucht, heeft de 27ste Batterij haar twee stukken in de loopgraven van de IJZER moeten achterlaten. De schuur van de BLAUWHOFHOEVE staat in brand. Duitse infanteristen steken de UNIEBRUG over, maar worden door onze 25ste en 26ste Batterij onder vuur genomen.
Die avond maakt Maj KESTENS, commandant van de artilleriegroepering in deze sector, een situatierapport op:

“ Zware artillerie lijkt zich te bevinden aan het kruispunt van SPERMALIE.
THONARD vraagt vier officieren.
28 heeft nog slechts twee stukken; één buiten dienst; één in herstelling.
29 volledig
 25 volledig
 26 heeft één stuk buiten dienst
27 heeft nog slechts één stuk; had er nog drie sinds DUFFEL en heeft er   twee in  de loopgraven van de IJZER ( Km4). Zij spelen er de rol van mitrailleurs en hebben geen artillerierendement.
44 heeft nog twee stukken in dienst
45 volledig.”

De majoor voegt een hele waslijst met gewenste munitie, materieel en personeel aan zijn rapport toe en besluit dan als volgt:

“ Ik heb onze jongens gefeliciteerd omdat zij zich dapper hebben gedragen, ondanks de verschrikkelijke uitwerking van de vijandelijke granaten onder hen. Buiten het verlies van enkele dapperen – officieren en troep- is er weinig schade. “

Diezelfde dag stuurt majoor KESTENS nog een tweede nota naar Kol LEROY, CA van de 2de LD:

“ Ik heb de eer U de volgende nota ter kennis te brengen, die generaal DRUBBEL heeft gericht aan de artillerie, die onder zijn bevel aan de IJZER heeft gestreden.

“Aan majoor KESTENS, commandant van de artillerie in de sector van de 7de GemBde.
            Op het ogenblik dat ik het bevel terug overgeef aan Gen DE BRAUWERE, heb ik de eer U te verzoeken bij de officieren en manschappen van de batterijen onder uw bevel, de tolk te willen zijn van mijn uitdrukking van bewondering voor de moed, het uithoudingsvermogen en het begrip welke zij betoond hebben tijdens de zware dagen en nachten die zij in de loopgraven van SINT JORIS doorbrachten.
Zoals hun collega’s van het 7de Li, hebben zij zich voor het vaderland verdienstelijk gemaakt.”

(Get.)
DRUBBEL  
GenMaj

25 oktober 1914
De groep trekt zich terug en neemt stelling in de steenbakkerij van RAMSKAPELLE. Zij wordt er andermaal beschoten door de vijand. De gevraagde versterkingen komen die dag toe…

26 oktober 1914
Opnieuw moet de groep zich terugtrekken onder druk van het vijandelijk vuur. Er zijn zware problemen met de verbindingen, door een gebrek aan telefoontoestellen en – lijnen. De groep moet de artilleriegroep van de Jagers (A/J) versterken en neemt een nieuwe stelling in nabij de ALLAERTSHUIZEN in WULPEN. Daar kan zij een paar dagen op adem komen….

30 oktober 1914
De batterijen bezetten een nieuwe stelling nabij de hoeve “ KLEIN LABEUR”. Eén sectie van de 26ste Batterij gaat aan de PELIKAANBRUG vijandelijke mitrailleurs onder vuur nemen.

1 november 1914
De groep wordt met rust gestuurd naar KOKSIJDE, waar de vermoeide mannen en paarden tot 8 november 1914 nieuwe krachten kunnen opdoen. Zij nemen dus niet meer deel aan de laatste gevechten van de “SLAG AAN DE IJZER”. Bij hun terugkeer aan het front zullen zij een heel andere situatie aantreffen: het krekengebied van de IJZER is onder water gezet en het water scheidt voortaan vriend en vijand.

OPERATIES VAN 2A

Na de terugtocht door VLAANDEREN is 2A herleid tot één enkele groep: II/2A, onder het bevel van majoor SBH PONTUS. De eerste groep, I/2A, is, zoals we reeds schreven, immers de artilleriegroep van de 5de GemBde geworden.
Op 12 oktober 1914 verblijft de groep in VEURNE en krijgt er het bevel zich op 13 oktober 1914 ter beschikking te stellen van de brigade Franse Marinefuseliers. Pas in de avond van die dag, gelukt het Majoor SBH PONTUS verbinding te krijgen met admiraal RONARCH, die hem een rendez-vous op geeft op 14 oktober 1914 om 10u00 in KORTEMARK, een twintigtal kilometer ten oosten van de IJZER.
De rest van die dag wordt dan ook besteed aan het opwerpen van schansen in de sector van deze Franse brigade tussen het station van KORTEMARK en het bos van WIJNENDALE.

15 oktober 1914
Maj SBH PONTUS krijgt het bevel om, met de Franse Marinefuseliers, terug te trekken naar de IJZER. Tegen de middag nemen de 31ste en 32ste Batterij stelling langs de weg van ESEN naar KLERKEN, achter de hagen van een hoeve. De 33ste Batterij betrekt een stelling op de linkeroever van de IJZER, ter hoogte van de stopplaats KAASKERKE.
Om 20u30 schrikt een hevig vuurgevecht iedereen op. De Fransen vragen het vuur te openen op de weg van ESEN naar ZARREN. De 31ste en 32ste Batterij reageren onmiddellijk met een goed gericht snelvuur. Het schrikt de Duitse verkenners, die de verdediging van DIKSMUIDE wilden testen, zodanig af, dat zij niet meer aandringen.

16 oktober 1914
Vanaf 07u00 nemen de batterijen hetzelfde doel, nabij de plaatselijk molen, opnieuw onder vuur. Admiraal RONARCH stelt zijn verdedigingsplan op. Hierbij krijgt de artillerie de opdracht batterijstellingen te zoeken en te bezetten van waaruit zij het gebied ten oosten van de IJZER en vooral de omgeving van DIKSMUIDE kunnen beschieten.
Om 09u45 laat Maj SBH PONTUS de 31ste en 32ste Batterij zich terugtrekken op de linkeroever van de iJZER en stelling nemen ten zuiden van de weg van DIKSMUIDE naar VEURNE. Een waarnemings- en verbindingsdienst wordt ingericht onder leiding van resp. Olt JACO en Olt SMITS.
De drie batterijen voeren verschillende vuuropdrachten uit en nemen vijandelijke infanterie en verkenners onder vuur, evenals de westrand van het dorp ESEN.

17 oktober 1914
De artillerie voor DIKSMUIDE, tot nu toe beperkt tot II/2A, wordt aanzienlijk versterkt door andere Belgische artilleriegroepen. Kolonel DE VLEESSCHAUWER wordt de artilleriecommandant in deze sector.
De 33ste Batterij komt stelling nemen naast de andere twee batterijen van de groep II/2A. Op één enkel vuur na, verloopt deze dag en ook de volgende erg kalm.

19 oktober 1914
Om 07u00 laat Maj SBH PONTUS één stuk , onder bevel van Olt LEBRUN, stelling nemen op de rechteroever van de rivier teneinde VLADSLO, dat door de vijand is veroverd, te kunnen beschieten.
Om 09u30 voert 2A in zijn geheel een stellingverandering uit om KEIEM en het gehucht HOGEVELD te kunnen beschieten. Om 11u00 zijn de stukken vuurklaar en steunen zij met hun vuren het Frans-Belgisch tegenoffensief naar VLADSLO en BEERST.

20 oktober 1914
De batterijen keren terug naar hun vorige stellingen, terwijl de vijand met geschut van zwaar kaliber, een systematische beschieting van DIKSMUIDE begint. Om 20u30 moet de 31ste Batterij zich ter beschikking stellen van LtKol JACQUES, die de noordelijke sector van het bruggenhoofd DIKSMUIDE beveelt. De aangeduide stelling, achter de Belgische loopgraven, biedt weinig bescherming en reeds tijdens de verkenning worden een onderofficier en een brigadier door infanteriekogels gewond. Toch zal de batterij haar opdracht uitvoeren en nog diezelfde avond het terrein drie- tot vierhonderd meter voor onze lijnen schoonvegen.
De 32ste en 33ste Batterij hebben evenmin stil gezeten. Een dicht afsluitingsvuur wordt voor onze eigen loopgraven gelegd, omdat de vijand telkens weer probeert om aan te vallen.

21 oktober 1914
De 31ste Batterij krijgt het bevel opnieuw haar groep te vervoegen. Op dat ogenblik – het is 09u30 – komt Olt JACO van de 32ste Batterij aan met één stuk. Hij heeft de opdracht gekregen enkele, door de vijand bezette, huizen te beschieten. Daar de 31ste Batterij nog op waak staat, wordt beslist dat deze batterij het vuur zal uitvoeren. Men laat alle stukken vertrekken, behalve één, dat de aangeduide huizen onder vuur neemt. Nadat reeds een twaalftal schoten zijn afgevuurd, treft een Duits projectiel de munitiewagen, die in de lucht vliegt. Gelukkig wordt niemand gewond… Twee uren later mag het stuk zich terugtrekken. Alle pogingen om de voortrein aan te pikken, worden op schrapnelvuur van de Duitsers onthaald. Slechts na het invallen van de duisternis zal het stuk zijn groep kunnen vervoegen.
De andere batterijen worden die dag hevig beschoten en ook zij verliezen twee “caissons”. Niettemin blijven zij hun vuuropdrachten voortreffelijk uitvoeren en dragen op deze wijze er toe bij dat vier vijandelijke aanvallen worden afgeslagen.
Een “ Taube” ( Duits vliegtuig – NVDR) vliegt over de stelling. Als gevolg hiervan laat Maj SBH PONTUS zijn groep zich verplaatsen, per echelon, naar een stelling ter hoogte van kilometerpaal 2,600 van de weg naar VEURNE. Nauwelijks is de nieuwe stelling klaar of de vijand zet een nachtelijke aanval in, die door de gezamenlijke vuren van infanterie en artillerie wordt afgeslagen.

22 oktober 1914
Tot driemaal toe gaat Olt JACO met één stuk stelling nemen op de dijk van de IJZER om vijandelijke mitrailleurs, opgesteld in de huizen aan de overkant, onder vuur te nemen. Ondertussen loopt de vijand vruchteloos storm op de Belgische stellingen.

23 oktober 1914
In de nacht is de vijand er in gelukt de IJZER te overschrijden bij TERVATE en infiltreert nu in de streek. Het geweervuur dat allengs meer te horen is uit het westen, geeft de indruk dat het bruggenhoofd van DIKSMUIDE zal omsingeld worden. Uit de richting van OUD-STUIVEKENSKERKE vliegen de kogels in de stellingen van onze batterijen.
Om 23u00 loopt de vijand andermaal storm: hij wordt opnieuw teruggeslagen door de gecombineerde vuren van de verdedigers.

24 oktober 1914
Na een hevige artillerievoorbereiding valt de vijand onze stellingen aan. Elf maal in de noordelijke en oostelijke sector en vijftien maal in het zuiden zal hij zijn pogingen herhalen. Maar vruchteloos!

25 oktober 1914
De dag verloopt relatief kalm, ook de vijand geraakt uitgeput. 2A voert in de hele sector verscheidene vuuropdrachten uit. De 32ste Batterij, die nog maar één schietklaar stuk heeft, voegt haar vuren bij deze van de 33ste Batterij.
Om 20u00 onderneemt de vijand een verrassingsaanval, zonder artillerievoorbereiding. Maar deze wordt gemakkelijk tot staan gebracht.

26 – 27 oktober 1914
De vijand voert geen infanterieacties meer uit, maar blijft de stellingen en de loopgraven onverminderd beschieten met artilleriegranaten. De Groep II/2A lost  talrijke salvo’s op verschillende doelen en vijandelijke concentraties rond BEERST en ESEN.

28 oktober 1914
1Lt GREGOIRE neemt tot driemaal toe stelling nabij de Ijzerdijk om gebouwen, die als mitrailleursnesten dienen, te vernietigen. Hij schiet ook op boten, die de vijand gebruikt om de rivier over te steken. De kogels vliegen zo talrijk door de stellingen van onze batterijen, dat de manschappen hun stukschansen niet kunnen verlaten.

29 oktober 1914
Opnieuw gaat 1Lt GREGOIRE met één stuk naar de oevers van de IJZER. De groep zelf neemt op haar beurt twee vijandelijke batterijen onder vuur, maar krijgt het in de namiddag zelf zwaar te verduren. Ook de nacht verloopt onrustig: er heerst een voelbare spanning. Er wordt weer een nieuwe vijandelijke aanval verwacht; herhaaldelijk vraagt de infanterie afsluitingsvuren aan.

30 oktober 1914
De groep voert dispersievuren uit tussen KAPELHOEK en ESEN en bestookt ’s avonds de Duitse batterij, die opgesteld staat in KAPELHOEK.

31 oktober 1914
De vijandelijke beschietingen houden vandaag en ook de volgende dag nog aan, maar ze nemen in intensiteit af. De groep II/2A handhaaft op beide dagen haar activiteiten. 1Lt GREGOIRE begeeft zich, op vraag van de infanterie, nog maar eens naar de dijk en lost er verscheidene salvo’s, die een zeer goede uitwerking hebben.

02 november 1914.
Een Frans-Belgisch offensief wordt ingezet tegen een kasteel in de richting van IEPER. Onze artillerie steunt deze tegenaanval, die ook ’s anderendaags nog wordt voortgezet.

In deze nacht worden, bij vloed, de sluizen van de IJZER in NIEUWPOORT opengezet en stroomt het zeewater de polders binnen. Het water wordt de nieuwe bondgenoot van de Belgische verdedigers. Vijandelijke colonnes, door het water verrast, vluchten hals over kop en zonder dekking, weg naar veiliger oorden. Zij worden op snelvuur onthaald, dat hen achtervolgt tot aan de huizen van ESEN, waar zij een veilig onderkomen zoeken.

4-5 november 1914
De aanval tegen het kasteel nabij kilometerpaal 19 van de weg naar IEPER wordt ook vandaag nog voortgezet, maar de resultaten zijn weinig bemoedigend. Op 5 november 1914 ’s avonds besluiten de Geallieerden af te zien van verdere acties.
Diezelfde dag staat 1LT GREGOIRE nog maar eens met zijn stuk op de dijk. Hij schiet een petroleumreservoir en de TORENHOEVE in brand, neemt andere gebouwen en de weg naar BEERST onder vuur en jaagt tenslotte, met snelvuur, een aantal Duitsers op de vlucht, die zich op een wilgendijk hadden genesteld.

De Groep II/2A blijft ook de volgende dagen nog op stelling nabij DIKSMUIDE. Deze dagen verlopen echter vrij kalm en op 8 november 1914 wordt II/2A eindelijk afgelost en kunnen de kanonniers van een verdiende rust genieten.

Twee dagen later, op 10 november 1914, vallen het bruggenhoofd en de stad DIKSMUIDE in handen van de Duitsers. Er zijn dan GEEN Belgische troepen meer ten oosten van de rivier. De “SLAG AAN DE IJZER” is voorbij; het laatste stukje België achter de IJZER zal niet in Duitse handen vallen.

 

Op 17 november 1914 krijgen de artilleriegroepen van de 2de LD de toelating de volgende vermeldingen aan te brengen op de schilden van hun kanonnen:

“ NIEUWPOORT – SINT JORIS” voor A/5; A/6 en A/7.

“ DIKSMUIDE” voor II/2A….

Honnuers